De Sionskerk, Mariënberg

Weet u niet dat u Gods tempel bent
en dat de Geest van God in u woont?

(1 Korinthiërs 3:16, HSV)

 

Met Pinksteren komt sterk naar voren de grote heerlijkheid en uitnemendheid van de kerk van de Heere Jezus Christus. Die heerlijkheid en uitnemendheid gaat elke menselijke vereniging en organisatie ver te boven. Waarom? Het is omdat de Geest van God in de kerk woont en werkt:

O, Schepper, Geest, woon in uw kerk
Schenk haar het heil van Christus’ werk,
Stort hemel gaven in haar uit,
Bereid haar toe als reine bruid (Gez. 27:1).

 

Kerk als tempel

De kerk is de tempel van God in het Nieuwe Testament. De tempel van steen en hout heeft afgedaan. Het gordijn is immers gescheurd. De tempeldienst is afgeschaft. Het kerkgebouw dat we nu gebruiken heeft op zichzelf niets heiligs. De vergaderplaats is niet de woonplaats van God, maar de vergadering van de gelovigen is dat wél. En daarom mag die vergadering van gelovigen de naam ‘kerk’ dragen. De gelovigen zijn volgens de Bijbel immers het ‘Huis van de Heere’, Hebr. 3:6. Als levende stenen worden we door het cement van de Heilige Geest samengevoegd en gebouwd tot een geestelijk huis, 1 Petr. 2:5. Gedragen door- en gebouwd op het fundament van apostelen en profeten verrijst dit gebouw van de kerk tot een heilige tempel in de Heere, Ef. 2:20-21.

 

Onvolmaakte woonplaats van de Geest

De Heilige Geest woont in de kerk. Het is goed om daar eens in het bijzonder bij stil te staan. Niet voor niets herinnert Gods Woord de kerk daar aan: "Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?" Die herinnering is nodig om de gelovigen op te beuren en op te wekken. Maar ook voor iedereen die kerk van Christus geringschat, en voor iedereen van wie de levenswandel niet past bij de heiligheid van de kerk.

Het wonder van Gods genade is toch dit, dat de Heilige Geest wil wonen in een onvolmaakte tempel. Hij komt niet pas in de gemeente wonen, als alles zuiver en perfect is, als alle onreinheid en onvolmaaktheid is weggedaan bij de kerk en bij de gelovigen... Nee, de Heilige Geest heeft de kerk tot woning gemaakt vanaf het bègin van de bouw. De kerk ontstaat en bestaat door het werk van de Geest. Christus vergadert, beschermt en onderhoudt een gemeente door zijn Geest en Woord, zondag 21.

Voor de gemeente is het Woord van God haar léven, ontstaan en voortbestaan. Want de Geest woont en werkt met grote kracht in de kerk die trouw is aan het Woord van God. ‘Uw krachten werken door het Woord’, Gez. 27:4. Daarom is het van groot belang dat de kerk zich houdt aan het Woord als de enige norm en bron voor het vergader- en bouwwerk. En dat ze alles verwerpt wat daarmee in strijd is (art. 29 NGB).

 

Werkplaats van de Geest

Hoe trouw en zuiver de kerk zich ook houdt aan het Woord van God, dat wil nog niet zeggen dat de kerk, de vergadering van gelovigen zélf zuiver en volmaakt is. Of zonder onreinheid. Nee, de kerk is de werkplaats, de bouwplaats van de Heilige Geest. Hij woont vanaf het begin van de bouw in de kerk en werkt aan de voortgaande bouw.

Er is zo vaak maar zo weinig van de schoonheid, de heerlijkheid en heiligheid van de kerk te zien. Wat een vlekken, rimpels en tekorten zijn er op te merken. Denk maar eens aan de gemeente van Korinthe. Meer dan andere gemeenten ontving zij de bevestiging dat de Heilige Geest in haar woonde. Toch was er in deze gemeente sprake van ruzie, twist, het benijden van elkaar en partijschappen. Er werden beschamende zonden in haar midden bedreven. En hoe droevig stond het er zelfs met het gebruik van het avondmaal voor! Sommigen trokken zich vanwege al dat verkeerde en gebrekkige van de gemeente van Christus terug. Die zou niet rein en heilig genoeg zijn om bij te horen...

 

Oproep van Paulus

Maar wat zegt de apostel Paulus nu? Je zou verwachten dat hij deze mensen gelijk geeft. Zo van: jullie hebben gelijk. Het is niets en wordt ook niets. Je kunt beter maar vertrekken of geen lid worden. Dat doet Paulus echter niet. En al evenmin vervalt hij in een onbijbelse tolerantie van zonde in de kerk. Hij accepteert niet de status quo van de gebrokenheid en zondigheid die er in deze bedeling is. Hij geeft de zonde en onheiligheid, de ontrouw aan het Woord zeker geen legale, wettige plaats in de kerk.

Nee, Paulus wijst de gemeente juist terecht! Hij stelt zonden en misstanden onomwonden aan de kaak. Hij roept de gemeente op tot bekering en terugkeer naar de trouw aan het Woord. Paulus durft tegen deze bevlekte, en onvolmaakte kerk van Korinthe te zeggen: "u bent Gods tempel en de woning van de Geest!" Ja, laat dat eens tot u doordringen...

Daarmee is toch ook elk onttrekken aan de gemeente vanwege haar rimpels en vlekken, te korten en problemen veroordeeld. Calvijn zegt ergens dat we de kerk niet mogen verwerpen zolang zij bij de kenmerken blijft, ook al is ze overigens vol met fouten en gebreken. Nee, zolang de kerk trouw is aan het Woord van God, daarop aanspreekbaar is (in de kerkelijke weg) en verwerpt wat in strijd is met het Woord, zullen we nooit de kerk mogen verlaten. Paulus waarschuwt dan ook in dit verband dat wie dit doet de tempel van God te gronde richt, God zal hem te gronde richten, want de tempel van God is heilig, en deze tempel bent u (1 Kor.3:17).

 

Maatstaf

De maatstaf is dus niet of er tekorten, problemen en onheiligheid in de kerk is. Maar of de kerk trouw is en wil blijven aan het Woord van God. Het Woord als werktuig van de Geest om daarmee de kerk te heiligen en te bouwen! Doorgaand te formeren en re-formeren. Als de Geest van God in een onvolmaakte kerk met vlekken en rimpels wil wonen, wie durft dan nog te zeggen: ik ga weg of ik blijf er nog maar buiten omdat de kerk zo onvolmaakt is. Of omdat er tekorten en moeiten zijn? Ook dan geldt dat de kerk beoordeeld moet worden op haar trouw aan haar Gods Woord en de belijdenis, haar ‘kerkelijke papieren’. Dus op haar maatstaf van kerkvergadering. Als dat ‘in orde’ is, dan vergadert Christus daar en wil Hij door zijn Geest wonen in die trouwe kerk, ook al is ze onvolmaakt en kampt ze met tekorten. Maar daarvoor woont en werkt Gods Geest er dan ook met de kracht van het lévende Woord!

Daarom is het van belang om niet uitsluitend op het puin en steigerwerk te zien, dat nog van de tempel weggenomen moet worden. Het oog moet vooral gericht zijn op de gemeente als de woning van de Geest van God! Waar Hij werkt door het Woord. Ja, dan gaan we die gemeente hoogachten. Dan achten we haar gemeenschap onmisbaar en willen we ons ook van harte geven en inzetten voor die gemeenschap en de verdere opbouw van die kerk waar Gods Geest woont en werkt.

 

Roeping

Maar dat plaatst de gelovigen tegelijk ook voor een roeping. Omdat de Geest in de gemeente woont heeft elk lid een belangrijke taak. Er moet dan een heilige levenswandel zijn onder de leden van de kerk. Met het oog daarop stelde Paulus deze vraag aan de gemeente te Korinthe: "Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?"

In die vraag ligt een bestraffing van hun zonden. Een oproep om daarmee te breken en heilig te leven. Een oproep om te breken met de werken van het vlees en te vertonen de vruchten van de Geest! In de tempel van Gods Geest mag niemand leven naar het vlees, maar moet er gewandeld worden naar de Geest.

Dat betekent dat we in heel ons leven steeds moeten tonen dat we tempelgangers, kerkleden zijn. We moeten steeds beseffen dat Gods Geest in de gemeente en in de gelovigen als leden woont! We dienen als leden van de gemeente de grote daden van de Heere te verkondigen in heel ons leven, bij alles wat we doen. Ja, we kunnen de tempel van God afbreuk doen door een losbandig leven. Of de tempel schenden door toe te geven aan de zonde en de werken van het vlees. Daarop rust geen zegen. Integendeel, daarmee brengen we de tempel, de woonplaats van de Geest schade toe.

 

Voorbeeld

Paulus roept ons in ons tekstvers op om met al onze gaven van harte mee te werken aan het welzijn, de opbouw en heiliging van de gemeente. De Heilige Geest geeft ons daartoe een voorbeeld. Hij kwam in de gemeente wonen en werken om haar steeds meer toe te bereiden als reine bruid. Dus om aan haar heil en heiligheid te werken, om haar te troosten, te onderwijzen, te leiden in de waarheid, haar te zegenen en voor haar te bidden.

Laten we allemaal dat voorbeeld van de Geest navolgen in zijn kracht!